
Je werkplaatsverwarmers ‘slim’ maken
Als je ooit in een ijskoude werkplaats in januari bent geweest, weet je wat dat voor gevoel is. Je zet de verwarming aan en wacht… En nogmaals wachten. Tegen de tijd dat de lucht eindelijk warm aanvoelt, heb je al een uur lang rondgelopen terwijl je op de warmte wachtte, alleen maar om je gereedschap klaar te maken.
Daarom zijn infraroodplafondverwarmers zo handig. Ze proberen niet de hele ruimte op te warmen – dat is net alsof je probeert een buitenruimte op te warmen als je een koude garage hebt. In plaats daarvan stralen ze warmte rechtstreeks naar jou en je werkbank. Het is meteen warm.
De magie van onmiddellijke warmte
De meeste van deze apparaten gebruiken korte of middellange golflengten. Met andere woorden: ze worden binnen seconden heet.
Als je een slimme schakelaar of een Zigbee-controller gebruikt, kun je de verwarming eenvoudig bedienen met één klik. Geen gedoe meer met het inschakelen van de boiler. Je drukt op een knop op je telefoon of een schakelaar bij de deur, en je voelt meteen de warmte op je schouders. Dit maakt de ochtend veel soepeler.
De techniek goed instellen
Je kunt natuurlijk ook gewoon een simpele aan/uit-schakelaar gebruiken, maar dat is wat onhandig. Ik geef de voorkeur aan PWM- of SCR-controleurs, zodat je de stroomsterkte precies kunt regelen. Hierdoor heb je veel meer controle. Bovendien kan het systeem zichzelf bedienen wanneer de temperatuur te laag wordt. De warmtepompen gaan dan automatisch aan.
Het beste is om de warmte gericht te gebruiken. Je hoeft niet de hele ruimte op te warmen. Je kunt de warmte gericht richten op de plekken waar je zelf werkt – bijvoorbeeld boven de draaibank of het assemblagetafel. Je elektriciteitsrekening zal je dat zeker waarderen.
Een paar dingen om in gedachten te houden
Het is niet allemaal ‘plug-and-play’. Je moet goed opletten met je elektrische installatie. Industriële infraroodlampen verbruiken veel stroom. Zorg er dus voor dat je schakelaars sterk genoeg zijn om deze belasting aan te kunnen. Anders kan het systeem niet goed werken.
En hier is nog een tip: let erop waar je de sensoren plaatst. Omdat infraroodwarmte richtinggezet is, ontstaan er ‘ hete zones’ en ‘koude plekken’. Als je de sensor in een koude hoek plaatst, zal deze denken dat het erg koud is en zal de verwarming op volle toeren blijven draaien. Jij staat dan juist onder de warmtestraal en wordt oververhit. Plaats de sensor op de plek waar jij zelf staat. Dat maakt een groot verschil.